donderdag 30 augustus 2012
Unheimisch
De meest indringende herinnering aan de vakantie die inmiddels alweer eeuwen achter ons ligt, is een bezoek aan de Duitse militaire begraafplaats in het Limburgse Ysselstein. Alleen Noëlle was mee. Ze heeft bij tijd en wijle een grenzeloze interesse voor de Tweede Wereldoorlog. Zo keek ze in de Ardennen haar ogen uit in een oorlogsmuseum en stond ze nu te springen om met me mee te gaan naar deze bijzondere plek, de grootste militaire begraafplaats van Nederland. Ik had die oorlogstic ook zo in de tweede helft van de basisschool, dus ik ga er maar vanuit dat het geen kwaad kan. Een gedenkplek voor 'de vijand' betreden, zelfs in je 'eigen land' voelt een beetje unheimisch, om maar even een goed Duits woord te gebruiken. Dit waren wél de mannen die in mei '40 ons naïeve landje ruw wakker schudden en in een nachtmerrie deden belanden. Die rotmoffen! En dan stilstaan bij steen van Eberhard, soldaat, 17 jaar oud, gestorven in de een-na-laatste maand van de oorlog. Een streng betonnen kruis net als zijn ongeveer 31.500 kameraden, behangen met een kransje, twee grafkaarsen erbovenop, een bos bloemen ervoor. Al zo lang zo jong.
maandag 6 augustus 2012
Vakantie 2012
In zee zwemmen, sterren zien, door een rivier waden, Michal van verdrinking redden, Anne-Grethe troosten na bijna-elektrocutie, Wallanders verslinden, bier drinken, friet eten, vluchten voor noodweer, last-minute boeken, hartenjagen, in bad liggen, minigolfen, van de zwembadglijbaan suizen met Anne-Grethe, heel zachtjes van de glijbaan suizen met Michal, darten met Noëlle, over de hei banjeren, niets doen, aan een 20-weken-buik voelen, kogelhulzen zoeken op een leeg schietterrein, slangensporen zien, thuis komen.
donderdag 5 juli 2012
Groenten- en fruitjuwelier
Idyllisch en Lelystad zijn twee woorden die je niet vaak in één zin zult tegenkomen. Toch gaat het op voor biologisch-dynamische tuinderij De Stek, aan de Bronsweg. Zaterdagochtend waren we weer even bij deze groenten- en fruitjuwelier. Kakelverse spullen van eigen land, een erg gevarieerd assortiment en zeer betaalbaar. De kinderen mochten zelf een bakje rode bessen bij elkaar plukken. Ondertussen vergreep ik mij aan al dat heerlijks: courgette, rucola, bosui, verse knoflook, tuinbonen, kruisbessen, tomaten en raapsteeltjes (heerlijk om (half)rauw in een stamppot te verwerken. Genieten. En dat onder de klanken van een violist en accordeonist die in een hoekje wat zaten te spelen. Elke zaterdagochtend zijn ze open. Een aanrader. Wel zelf plastic tasjes meenemen, want voor wie dat nog niet had begrepen, veel GroenLinksiger dan dit wordt het niet.
donderdag 7 juni 2012
D. Bakker & Zn.-wielertour
Het was alweer de editie van de inmiddels vermaarde D. Bakker & Zn.-wielertour. Vrijdag vertrokken we via Kampen, Wilsum, Stadshagen, Dalfsen en Lemele naar Nijverdal. Ondanks de rugwind een pittige tocht, met op slag van lunch een venijnige beklimming van de Lemelerberg. We sliepen in een super-de-luxe trekkershut, die echter wel tochtte en 's nachts bitterkoud was. Zaterdag ging het in één streep naar Heerde, waar de golfden op de Pitch & Putt. Jan Willem bleek een natuurtalent. Na de Veluwe en de IJsselbrug ging het met krakende knieën richting Hasselt, waar de hut spartaanser was maar de nacht minder koud. Opnieuw bleek een oude waarheid waar: Chinezen die er van buitenaf het slechtste uitzien, die zijn het beste. Zondag werden we gewekt door regen op het dak. In de prachtige oude kerk van het stadje waren we vervolgens even 'boender' en na een preek over bidden om water, was het zowaar droog genoeg om naar huis te fietsen.
Tijgertje
Dit is Tijgertje. Eén van de twee poesjes die dit voorjaar geboren werden onder een struik in onze tuin. Toen er ook een nest mussen onder ons (platte!) dak bleek te zitten. En toen alleen Nelly en ik nog wisten van dat andere nieuwe leven. Grote paniek maandag toen Tijgertje en zijn broertje foetsie bleken. Alleen de moeder was er nog. Die stond braaf haar schoteltje brokjes leeg te eten. Meteen verdachten we haar ervan dat ze haar kinderen naar elders had gebracht, om ze daar op eigen benen te laten staan. Maar waar? En het regende! We gingen zoeken en toen we de moeder volgden, kwamen we bij een heg, waarin we de poesjes aantroffen. Opgelucht werden ze tevoorschijn gehaald, geaaid en geknuffeld. Het bleek dat ze via de heg in de schuur van de buren terecht waren gekomen, waar ze een warm en behaaglijk plekje hadden. Terwijl we met de buurvrouw overlegden over het verdere verloop van de kraamperiode, speelde Tijgertje om onze benen. Haar pootjes dragen haar nog maar amper. Maar dat weerhoudt haar er niet van om op onderzoek uit te te gaan. Alleen ik zag dat ze haar snorharen net even te ver in de opening van een rioolput stak. Met een snelle greep voorkwam ik net op tijd een poezendrama en een meervoudig jeugdtrauma. Graag gedaan hoor.
woensdag 16 mei 2012
Tim Krabbé
Had ik op deze plek al eens gezegd hoeveel bewondering ik heb voor Tim Krabbé? Toegegeven, zijn proza-oeuvre is bij elkaar dunner dan De Ontdekking van de Hemel of één willekeurig boek van Thomas Rosenboom. Maar wat hij geschreven heeft (De Grot, Vertraging, Het Gouden Ei bijvoorbeeld) is van grote klasse. Een zeldzame mix tussen extreem spannend en een sterke inhoud. Naast romans schreef hij een serie zeer sterke korte verhalen. Maar Krabbé heeft nog meer in zijn mars. In zijn dagen was hij een zeer verdienstelijk amateurwielrenner én een hele goede schaker. Hij kon niet kiezen tussen de opwinding van schaken in tijdnood en roes van een massaspurt en deed het daarom allebei. En natuurlijk schreef hij ook boeken over beide onderwerpen. Hele goede boeken. Over fietsen verscheen De Renner en 43 Wielerverhalen. Schaakliefhebbers lezen vol verrukking twee boeken over schaakcuriosa. Wat een talent en wat een voorrecht om daarvan te mogen genieten.
Zelfs vindt de mus een huis
Een ware vruchtbaarheidsexplosie aan de Noorderlaan. Aan de achterkant van ons huis is een mussengezin ingetrokken. Hoe ze dat gedaan hebben weet niemand, maar ze zijn erin geslaagd om zich toegang te verschaffen tot een holte tussen het dak en het plafond van het balkon. Daar tjilpen en kwetteren ze nu de hele dag. Ondertussen vliegt moeder (of vader? hoe werkt dat bij mussen?) constant heen en weer met lekkere hapjes. Gisteren vroeg nieuwsgierige Anne-Grethe zich af waarom een grijze poes toch telkens onder een struik onder ons voor-balkon kroop. Ze ging het dier achterna en ontdekte daar tot haar grote opwinding een nest met twee pasgeboren poesjes. Voorlopig laten we die daar rustig zitten en voederen we moeder, zodat die haar zware taak kan volbrengen. Real beziet het ondertussen zuinigjes. Luidruchtig voer aan de achterkant en een charme-offensief van een concurrent aan de voorkant. Als dat maar goed gaat.
Abonneren op:
Posts (Atom)






